Gedichten en juryrapporten PPP 2022

Juryrapport Plantage Poëzieprijs 2022
Op 1 oktober 2022 werd in Het Luther Museum in Amsterdam bekend gemaakt wie de Plantage Poëzie Prijs 2022 heeft gewonnen: Martine van der Reijden met haar gedicht ‘present’

De Plantage Poëzie Prijs werd voor de 31ste keer uitgereikt. De prijs, een initiatief van de Vereniging Vrienden van de Plantage, heeft een landelijke uitstraling. De dichters die inzenden, komen uit alle streken van Nederland en Vlaanderen. Onder de winnaars zijn dichters van naam. Voor anderen is het winnen van de Plantage Poëzie Prijs een aanzet voor een publicatie of een stimulans om door te gaan. Het thema van de prijs was dit jaar: Spiegel. De organisatie was in handen van bestuurslid Liesbeth de Ruijter en dichter/presentator Jos van Hest. De jury werd gevormd door de dichters Alja Spaan, Onno-Sven Tromp (winnaar van Plantage Poëzie Prijs 2021) en Jos van Hest (voorzitter).
Er waren 119 inzendingen van 119 dichters uit Nederland en Vlaanderen. Het was dit jaar voor het eerst dat er per dichter slechts één gedicht mocht worden ingezonden. Er zijn jaren geweest dat de jury zich moest uitspreken over bijna 300 gedichten. Nu moest elke inzendende dichter eerst over zichzelf jureren alvorens iets op te sturen. Deze regel verlichtte het werk van de jury, maar het bleef een klus. De jury was verrast door de kwaliteit van veel inzendingen. Dat maakte een zorgvuldige beoordeling er niet makkelijk op. Het heeft de jury hoofdbrekens gekost, al zorgde het wel voor een urenlange plezierige middagsessie.
Eerst koos elk jurylid individueel uit alle anoniem aangeleverde gedichten een eigen toptien. Die gedichten werden uitvoerig en zorgvuldig besproken, gewikt en gewogen. Uiteindelijk bleven er drie gedichten over. Alleen jurysecretaris Liesbeth de Ruijter, die bij het juryberaad aanwezig was maar die geen stemrecht had, was op de hoogte van de namen van alle dichters die meededen.
De drie genomineerden zijn in alfabetische volgorde Monica Boschman (met ‘Tintinnabuli’), Martine van der Reijden (met ‘present’) en Maaike van Steenis (met Chief Seattle). De keuze van de jury wordt in dit rapport toegelicht met een korte analyse van de genomineerde gedichten.
Zoals hierboven al vermeld, gaat de Plantage Poëzie Prijs 2022 naar Martine van der Reijden. Zij ontvangt behalve de grote eer ook een werk van beeldend kunstenaar Daniel Levi.
De jury:
Jos van Hest
Alja Spaan
Onno-Sven Tromp


Martine van der Reijden (winnaar 2022)

present

ontvouw de schade van de nacht mijn blik
tast een leeg canvas wacht het drieluik met penselen
eenmaal op pad na een glimp in de ovendeur

bemoederen glazen puien mijn gang buik in
en schouders recht ontwaar ik verbijsterd iets van
een bisonnek… kniel in de loop van de dag naast auto’s

in de goot schik verdwaalde haren mijn rendez-vous
na ademwaas in zakformaat valt mee het kader klein
zet neerwaartse lijnen buitenspel maar…

daarentegen verbijstert mij mijn silhouet die aan het einde
van de dag meereist in de ramen ineengedoken op de bank
tussen weilanden en wolkengrijs zit mijn vader

de laatste blik voor de nacht verdrinkt in niets ontziend tl-licht
onthult de gretige kin van moederszijde ik boen en boen
verwijder gelaten mijn gezicht

Juryrapport over dit gedicht:
In haar gedicht ‘present’ schildert Martine van der Reijden voor ons een scène vol spiegels en spiegelingen. De ik in het gedicht ziet zichzelf in een ovendeur, ramen, glazen puien en achter een ‘ademwaas op zakformaat’. Een zakspiegeltje? Kijken en bekeken worden: het maakt je nieuwsgierig naar wat er in de nacht is gebeurd. Wat heeft er gezorgd voor verwarring en waarom duiken de vader en moeder van de ik ineens op? Herkent de ik zich in de ouders of houden zij haar voortdurend in de gaten? In ogenschijnlijk eenvoudige, soms zelfs wat hakkelende taal met veel zeggingskracht schetst de dichter die verwarring op een treffende manier: vorm en inhoud vallen verrassend samen. ‘present’ is een authentiek en geheimzinnig gedicht met lichte zelfspot; het blijft daardoor ook bij tweede en derde lezing boeien en biedt je telkens weer de kans iets nieuws te ontdekken. Het gedicht prikkelt en houdt je op het puntje van je stoel. Het geeft je steeds een vinger, maar nooit de hele hand. Poëzie zoals poëzie bedoeld is.

 

Monica Boschman

Tintinnabuli

Elke vrijdagochtend laat ze haar kleuters
tijdens het fruit eten luisteren naar Arvo Pärt.
Op de eerste klanken gaan trommels open

reizen partjes appel of peer, wat druiven
van hand naar mond. Ze kauwen
op een drietoon, vinden de rust ertussen.

Toetsen als bellen. Niet om te gaan
maar om te blijven. De tijd ligt uitgespreid
en wij zijn hier. Ting, ting, ting.

Alles gaat op in melodie en na de noten
volgt het klimrek, alsof de vraag is hoger
te klimmen – dieper te kijken –

al gaat het nu weer hoe het eerder was:
‘ik wil eerst’ en ‘juf, hij pakt het van mij af´.
Zij lacht, weet van het dubbelspoor dat

in de kleuters is gelegd. Noem het een brug,
een dialoog, een tijdloos weten van bestaan
op een moment dat zij van deze woorden

nog niet weten. Ting, ting, ting. Een leven lang
zullen zij bij het horen van Spiegel im Spiegel
eindeloos verlangen naar fruit.

Juryrapport over dit gedicht:

‘Tintinnabuli’ is een muzikaal, tinkelend gedicht dat op originele wijze invulling geeft aan het thema ‘spiegel’. In zijn wonderschone, bezwerende compositie ‘Spiegel im Spiegel’ heeft Arvo Pärt in een kenmerkende klokjesstijl een gevoel van de eeuwigheid weten te verklanken, dat door de dichter nog eens wordt verdubbeld. In het gedicht ‘Tintinnabuli’ wordt de betoverende muziek vakkundig verweven met het spel van kleuters op een schoolplein, en zo verhevigt het Droste-effect zich. De juf laat haar kleuters luisteren naar de muziek van Pärt en daarmee geeft ze hen – zij die nog een heel leven voor zich hebben – een ‘tijdloos weten van bestaan’. Vederlichte klanken van een drietoon tussen partjes appel of peer, wat wil een mens nog meer? ‘Tintinnabuli’ is een gedicht van een dichter die haar vak beheerst en de taal met een groot gevoel voor dosering tot in de finesses naar haar hand weet te zetten. Je kunt het gedicht ook zien als een ode aan mensen uit het onderwijs die de subtiliteit van alledag weten te raken. Een opperste vorm van poëzie.

 

Maaike van Steenis

Chief Seattle

Ik, hier
met wijd open ogen

de bezorger bellen voor een broodje kebab en daarna rennen op de loopband
doordeweeks leven op tarwegras-smoothies en in het weekend aan de XTC
alle personages uit een realityshow bij naam kennen maar niet weten hoe de buurvrouw heet
hoe seks zowel in misdaad als in genot de grootste rol speelt

een doorgefokte puppy met ultiem haarloos vel in een fleece jasje tegen de kou
meiden in trainingspak opgedoft met nepwimpers en kilo’s goud
een TV met een scherm van 85 inch en films kijken op het schermpje van je telefoon
bamboe tandenborstels vanwege het milieu en wel vier kinderen op de wereld zetten

in het zwembad klagen dat je haren nat worden
je hamster in een villa van vier etages en een dakloze onder een brug
dagelijks zes euro betalen voor een koffie to go en twaalf pakken inslaan vanwege een euro korting bij de supermarkt
dat de geschiedenis nog steeds de kleur draagt van de verteller

een reisgids over vegetatie in de jungle en niet weten welke plant er in de vensterbank staat
geen konijn eten want dat is zielig maar een biefstukje gaat er wel in
badslippers en gaten in je jeans als fashion statement
dat er een persoon is met een rode knop

ik, hier
ik verwonder mij.

Juryrapport over dit gedicht:

In haar gedicht ‘Chief Seattle’ vol sterke, moderne beelden neemt Maaike van Steenis ons mee naar een andere wereld, onze wereld, de wereld van nu. De ik-persoon verwondert zich over hoe ver wij het met z’n allen hebben laten komen, in een samenleving vol overconsumptie en klimaatverandering. In zijn toespraak waarschuwde het negentiende-eeuwse, Amerikaanse stamhoofd Chief Seattle ons al. In dit naar hem genoemde gedicht worden zijn wijze woorden in krachtige, eigentijdse taal herhaald. In het filmische gedicht met een bijna roadmovie-achtige sfeer sleurt de dichter ons in een hoog tempo langs onze westerse verworvenheden. Tarwegras-smoothies, een doorgefokte puppy, nepwimpers: waar zijn we mee bezig, vraagt de ik zich af. We zijn veel te ver verwijderd geraakt van onszelf en van de natuur: ‘een reisgids over vegetatie in de jungle en niet weten welke plant er in de vensterbank staat’. De dichter houdt ons een spiegel voor. Een ritmische opsomming in lange, schrijnende regels die door hun tegenstellingen soms ook geestig werken. Een krachtig en origineel tijdsbeeld.

 

 

 

 

 

 


Dit is de terug blik van: Gedichten en juryrapporten PPP 2022