Regisseur Martijn Blekendaal te gast op filmfestival

Datum: zaterdag 2 maart 2024
Locatie: Desmet Studio’s Plantage Middenlaan 4 A, Amsterdam Toegang gratis, niet leden €10,-
Tijd: 13:00 - 17:00

“Er zijn twee lijnen in mijn werk te onderscheiden, jeugd en mijn zwarte identiteit”

HET PROGRAMMA
Presentatie Hetty Krapels
13.00 uur: Introductie van de gast, Martijn Blekendaal
13.05 tot 13.20: Titaantjes
13.20 tot 13.50 uur: De man die achter de horizon keek
13.50 uur tot 14.10 uur: Gesprek met Martijn Blekendaal over de twee getoonde films.
14.10- 14.25 uur De onzichtbaren
14.25 uur -14.45 uur PAUZE
14.45 – 15.45 uur: De dertiende man, inclusief kort nagesprek
15.45 uur – 16.35 uur: Caribische verhalen: Brooklyn
16.35 uur: Nagesprek en afsluiting
17.00 uur: Borrel
Titaantjes
Balletdanser Rodriquez en choreograaf Hans van Manen
De 12-jarige Rodriquez is een half jaar lang, zonder dat zijn oma en vader het wisten, stiekem naar balletles gegaan. Inmiddels zit hij op De School voor Jong Talent van het prestigieuze Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Voor Rodriquez is Hans van Manen zijn grote voorbeeld. In een bijzondere ontmoeting krijgt hij goede tips en wijze levenslessen van Hans.

De man die achter de horizon keek
Bas Jan Ader, een Nederlandse kunstenaar en avonturier, verdwijnt in 1976 op raadselachtige wijze als hij in het kleinste zeilbootje ooit de Atlantische Oceaan probeert over te steken. Een tragisch ongeval of was er meer in het spel? Over de kunst om te vallen en de angst om te falen. Een ook voor volwassenen fascinerende jeugdfilm.

De onzichtbaren
Een korte preview uit de nieuwe lange documentaire waar Martijn op dit moment aan werkt over mensen die als kind onzichtbaar moesten zijn om te overleven.

De dertiende man
Film over drie scheidsrechters in het amateurvoetbal, waarin het nu eens niet draait om de bal, maar om verantwoordelijkheid en gezag en de gedragsverruwing op en rond het veld. Met het scenario voor deze film won Martijn de IDFA Scenarioworkshop in 2009.

Caribische verhalen: Brooklyn
Met meer dan een miljoen mensen woont in Brooklyn, New York de grootste Caribische
gemeenschap buiten de Cariben. Een diaspora, die blakend van energie laat zien hoe de last van ontworteling samen kan gaan met aanstekelijke levenslust en hoe een zoektocht naar identiteit de basis kan leggen voor verbinding en creativiteit.

Interview door Erik Hardeman
“Er zijn twee lijnen in mijn werk te onderscheiden, jeugd en mijn zwarte identiteit”

De naam van de gast op het jaarlijkse filmfestival zal niet veel lezers van dit bulletin wat zeggen. Toch zal het niet vaak zijn voorgekomen dat zij al zoveel van zijn films gezien hebben als juist deze keer. Als regisseur droeg Martijn Blekendaal de afgelopen jaren namelijk in niet geringe mate bij aan het succes van TV-series als Van Bahia tot Brooklyn (Nina Jurna), Na ons de zondvloed (Kadir van Lohuizen) en De IJzeren Eeuw en Goede Hoop (Hans Goedkoop).
We ontmoeten Martijn Blekendaal in Eye, waar de regisseur zich een enthousiast verteller toont. Neem alleen al zijn entree in de filmwereld. Hij studeerde aan de UVA politicologie en nieuwste geschiedenis en werkte om wat bij te verdienen in de bioscopen Cinecenter en Desmet.
“Op een avond zat ik achter de kassa voor mijn doctoraalscriptie ‘Wittgensteins Vienna’ te lezen toen Hans Goedkoop een kaartje kwam kopen. Hé, zei hij, dat boek ben ik ook aan het lezen. We raakten aan de praat en toen ik hem kort daarna weer ergens tegenkwam vroeg ik of hij meelezer wilde worden van mijn scriptie. Dat wilde hij wel en toen die scriptie klaar was vroeg hij of ik stagiair bij Andere Tijden wilde worden. Zo ben ik puur toevallig bij de TV terecht gekomen.” Hij werd eindredacteur bij talkshows over kunst en cultuur o.a. bij Matthijs van Nieuwkerk, maar op een gegeven moment was hij daar wel klaar mee. “Ik wilde zelf dingen gaan maken. Ik heb mij toen ingeschreven voor een Idfa-workshop, waarin zeven mensen vier maanden de tijd kregen om aan een filmplan te werken. Degene met het beste plan mocht de film maken. De anderen kwamen allemaal van de filmacademie, maar ik had bij Andere Tijden research-ervaring
opgedaan en een scenario schrijven is vooral veel research doen. Daardoor won ik en kon ik in 2011 mijn eerste film maken, een documentaire over voetbalscheidsrechters. Ik ben toen gestopt als eindredacteur en ben alleen nog maar documentaires gaan maken. Met Hans Goedkoop heb ik voor Andere Tijden aan verschillende series gewerkt en ik ben ook jeugd documentaires gaan maken, want daar ligt mijn passie. Mijn eerste jeugdfilm was ‘De Ietsnut’, een documentaire over een jongen uit groep 8 die naar de kunstacademie wil en dan een jaar mag meelopen met de middelbare schoolopleiding van de kunstacademie in Den Haag. Een bijzondere jongen en daardoor een heel aansprekende film.”
Jeugdfilm
Voor de Ietsnut kwam Blekendaal zelf met het idee en het mooie daarvan is,
zegt hij, dat je als regisseur helemaal eigen baas bent. “Daardoor heb ik ook zo’n persoonlijke jeugdfilm kunnen maken als ‘De man die achter de horizon keek’ over
de mysterieuze verdwijning van conceptueel kunstenaar Bas Jan Ader. De meeste jeugdfilms gaan over kinderen, dat lijkt welhaast een ongeschreven wet, maar ik vroeg me af of dat niet anders kon. Dat is uitgemond in de film over Ader. Het gegeven dat hij verdwenen is en dat hij raadselachtige filmpjes maakte, leent zich goed voor een film voor kinderen, want het is spannend en er zit een zoektocht in. Het lastige was alleen dat ik niet echt een hoofdpersoon had. Ik wilde meer het thema centraal stellen: vallen, falen, wat is dat nou? Daarmee werd het meer een filosofische zoektocht, maar als je dat opschrijft in een filmplan worden ze bij het filmfonds en bij de NPO heel nerveus, want dat vinden ze te ingewikkeld voor kinderen. Ze vroegen me voortdurend: ja maar
wat gaan we dan zien? Nu wist ik dat zelf ook nog niet precies, maar ik had er wel
vertrouwen in dat wat ik voor ogen had kon werken, en uiteindelijk kreeg ik groen licht. Ik heb vooral geprobeerd om de creativiteit en de fascinatie voor dingen die je als kind hebt, in de film tot uiting te laten komen. Ik voelde me tijdens het filmen ook zelf weer dat jongetje van 10 dat thuis eindeloos zat te tekenen. Er zijn volwassenen die zeggen: het is niet echt een film voor kinderen geworden, want het gaat over een conceptueel kunstenaar, dat begrijpen ze niet. Maar in België heeft de film wel de prijs voor beste
jeugdfilm gekregen. Notabene van een kinderjury, dus met dat onbegrip valt het wel mee.”
Persoonlijk
Naast maker van jeugdfilms is Blekendaal zoals gezegd een veelgevraagd regisseur van vaak door anderen gepresenteerde TV-series. “Maar, zegt hij, dat wil niet zeggen dat je dan als regisseur geen grote inbreng hebt. Want jij schrijft, in samenwerking met de researcher, het script en de voice-over teksten en in feite ben jij daarmee de spil van het
geheel, degene die bepaalt wat er in de film gebeurt. Toch voelt zo’n serie door de aanwezigheid van de presentator iets minder als je eigen film. Dat komt natuurlijk ook omdat in de krant staat dat het gaat om een serie van Nina Jurna of van Hans Goedkoop. Kijkers weten vaak niet eens dat jij de regisseur bent, maar ik heb gelukkig niet zo’n groot ego dat ik dat een probleem vind, en ik ben ook wel weer blij dat ik niet voortdurend in beeld ben.” Hij lacht. “Want ook alle kritiek komt bij de presentator terecht.” Hij werkt overigens alleen mee aan series waarin hij iets van zichzelf kwijt
kan, vertelt hij. “Er zijn twee lijnen in mijn werk te onderscheiden: jeugd en mijn
zwarte identiteit. Neem de serie ‘Goede Hoop’ over de invloed van Nederland op de geschiedenis van Zuid-Afrika. Dat was voor mij ook een verkenning van de zwart-wit verhouding in de wereld. Wat betekent het, zowel in Nederland als in een zwart land als Zuid-Afrika, om zwart te zijn? Door de verhalen die we daar hoorden, de mensen die we ontmoetten en hoe mensen daar op mij reageerden, is dat voor mij een heel persoonlijke reis geworden. Dat geldt trouwens ook voor de serie ‘Van Bahia tot Brooklyn’. Voor Nina was het, omdat zij geadopteerd is, een zoektocht naar haar Caribische identiteit. Omdat ik zelf ook geadopteerd ben, was dat ook voor mij een bijzondere ervaring. Ik zag mezelf heel duidelijk in haar zoektocht gespiegeld.”
Landingsbaan
Hij heeft inmiddels heel wat bijzondere plekken op de wereld gezien, van een onderzoeksstation op de ijskap van Groenland met op honderden kilometers in de omtrek geen mens te bekennen tot aan een goudmijn diep in de binnenlanden van Suriname. “Op de vlucht daarheen zou een Surinaamse geluidsvrouw meegaan, een jonge vrouw van 21, maar de avond ervoor belde haar vader op: “mijn dochter gaat niet mee, want ik vertrouw die maatschappij niet, hun toestellen zijn al te vaak neergestort.” De volgende ochtend kwam er een piloot aanwandelen die vertelde dat hij was ontslagen bij een maatschappij in Amerika maar dat hij gelukkig nog wel in Suriname mocht vliegen. Hij zei ook nog dat we met alle bagage eigenlijk te zwaar waren, maar dat
we het maar moesten proberen en dat hij dacht dat het wel zou lukken. Dat was zo’n moment dat ik dacht, waar ben ik aan begonnen? We zijn daar veilig geland, maar de landingsbaan lag midden tussen de heuvels en bij het opstijgen moest de piloot de neus van het vliegtuig zo snel mogelijk omhoog zien te krijgen om niet tegen zo’n heuvel op te vliegen. We hadden de producer en de researcher al eerder teruggestuurd om het toestel wat lichter te maken, maar toen we weer veilig en wel in Paramaribo op de grond
stonden, heb ik wel even een zucht van verlichting geslaakt.”