Er zit een nijlpaard in de brugklas

Er zit een groot log nijlpaard in de brugklas
De apen papegaaien lachend om hem heen
Het nijlpaard staat daar maar
Met zijn trage hoofd te zwaaien.

Ze hebben zijn pen te pakken
Ze smakken met zijn nieuwe leren tas
Waar komen ze allemaal ineens vandaan?
Zijn grote ogen kunnen het niet vatten.

Hij staat zwaar om zich heen te maaien
Maar raken doet hij er geen een
Zijn tas ligt daar al helemaal
De apen papegaaien maar en kraaien.

Zijn hoofd loopt langzaam vol met water
Hij knijpt zijn ogen stevig dicht
Ik krijg jullie wel, ik weet nog niet hoe
Maar wacht maar tot ik groot ben, later.

Jan Bommerson

Winnaar Plantage Poëzie Prijs 1994