Interview Liesbeth de Ruijter door Ariejan Korteweg

Het is wel heel vaak Liesbeth, Liesbeth geweest’

Liesbeth de Ruijter was vijf jaar voorzitter van de Vrienden van de Plantage. Nu stopt ze. Een afscheidsinterview.

Er waren vlak daarvoor wat ingrijpende dingen in haar leven gebeurd - wat, dat is prive, zegt ze - en precies op dat moment kwam de vraag of ze in het bestuur van de Vereniging Vrienden van de Plantage wilde. Alsof het zo moest zijn. ‘Jij komt’, had een bestuurslid gezegd. ‘En als je niet komt, sleur ik je je huis uit.’

Ze is gegaan en niet meer vertrokken. ‘Ik ben er nog altijd dankbaar voor’, zegt Liesbeth de Ruijter. Meer dan twaalf jaar bleef ze in het bestuur van de Vrienden. Eerst als gewoon bestuurslid, daarna vijf jaar als voorzitter. In die periode is veel veranderd: het ledental verdubbelde, prachtige locaties als de Hortus stelden zalen ter beschikking, er kwamen commissies om activiteiten te organiseren. Wat bleef: een voorzitter die alles wilde weten om de laatste gaatjes te kunnen dichtlopen.

We zitten bij haar thuis aan de keukentafel. Thuis is het Occo Hofje, een van de verborgen schoonheden van de Plantagebuurt. De woning is compact, precies groot genoeg voor een alleenwonende, zoals het ooit ook door de stichter, Cornelia Elisabeth Occo, bedacht was.

Het lijkt me heerlijk om evenementen te bezoeken en dan verder niets te hoeven.

Een paar honderd meter verderop is café Eik en Linde, waar het voor Liesbeth begon. Ze was vanuit Alphen aan den Rijn naar Amsterdam verhuisd en had met haar partner een internetbedrijf. In Eik en Linde hoopte ze eventuele klanten te ontmoeten. Ze kwam er ook leden van de Vrienden tegen, die toen nog al hun activiteiten in het café organiseerden. Haar eerste inbreng was een cadeautje: haar bedrijf zou de website van de Vereniging bouwen. Haar laatste: de begeleiding van de vernieuwing van de website.

Heb je indertijd getwijfeld toen je als voorzitter werd gevraagd?

‘Ik zag mezelf helemaal niet als voorzitter. Alleen bij de SOOP had ik wat ervaring opgedaan. Daar ben ik achter de bar gaan staan, dat kon makkelijk omdat ik horeca-ervaring heb, zo leerde ik snel veel mensen kennen. Wat heel goed van pas kwam.’

Een van de veranderingen die je hebt ingevoerd is dat er nu commissies zijn: film, literatuur, muziek,  poëzie en zo verder. Waarom is dat?

‘De activiteiten moesten over meer mensen worden verdeeld, vond ik. Je kunt niet een paar leden alles laten doen, dan vindt niemand het lang leuk.’

Is dat gelukt?

‘Nou kijk, het is voor mij heel intensief geweest. Heel vaak was het toch “Liesbeth Liesbeth, kun jij dit doen.” Af en toe denk je: jongens, zoek het zelf even uit. Maar dat ligt ook aan mijn karakter. Ik kan dingen moeilijk op hun beloop laten, heb moeite om afstand te houden. Dat is ook de reden om te denken: nu moeten nieuwe mensen er energie in steken. Het komt natuurlijk ook omdat we allemaal niet meer de allerjongsten zijn.’

Vind je dat een probleem? Of is het juist goed dat de Vrienden een seniorenconvent is?

‘Via het Wertheimfeest heb ik geprobeerd jonge mensen te betrekken. Die zijn enthousiast, maar hebben het razend druk met werk en gezin en zeggen dan: hopelijk volgend jaar. Wij willen professioneel zijn in wat we organiseren. We willen kwaliteit brengen. Dat kost tijd. Toen we niet meer op zondag in Eik & Linde konden, heb ik overal in de buurt m’n babbels gedaan, bij de Hortus, Crea, Uilenburgersjoel, Luther Museum, bij het Plantagepaleis hier aan de overkant van de gracht. Dan zeg ik: we zijn een grote vereniging, jullie zitten in ons gebied, mogen we komen? Dat werkt goed. Overal zitten we bijna gratis.’

De vereniging is flink gegroeid. Zit daar voor jou een grens aan?

Ze lacht. ‘Je wilt niet jonge mensen aantrekken en dan oude er uitschoppen. Ik denk dat rond de 700 leden wel de grens is. We doen weinig aan actieve werving. De zalen waar we komen, hebben beperkte capaciteit en we hebben niet genoeg vrijwilligers om meer kleine activiteiten te doen. Zaaltjes van rond de honderd personen, die hebben we eigenlijk nodig. Artis heeft dergelijke ruimtes. Maar Artis werkt niet mee. Terwijl een oud-directeur nota bene erelid is.’

Wat is eigenlijk het belang van de Vereniging voor de buurt?

‘De vereniging komt voort uit poëzie en literatuur, geleidelijk is dat verbreed. Dat hoort bij de Plantage. We willen laagdrempelig zijn. Voor een bescheiden bedrag leveren we veel. We hebben twee jaar geleden de contributie verhoogd, maar niet heel veel. In het bestuur wordt dan wel gezegd: we kunnen met veel meer verhogen. Maar daar gaat het niet om. Want iedereen moet kunnen meedoen. En als het heel veel duurder wordt, krijg je dat elite-gebeuren wat ook bij deze buurt hoort. Ik hoop dat het een vereniging blijft die voor iedereen toegankelijk is. Ik voelde me in de Plantage meteen thuis, het is een culturele buurt, er is hier rust en gemoedelijkheid.

De Vrienden van de Plantage is 35 jaar geleden opgezet voor de cohesie in de buurt. We hebben een buurt met kwaliteiten, er wonen natuurlijk veel schrijvers en dichters in de Plantage. Zo zijn de Vrienden ook uitgegroeid tot een meer culturele organisatie. Dat hoort bij deze buurt. Het irriteert me weleens dat er andere verenigingen komen die eenzelfde soort dingen gaan doen als de Vrienden nu al 35 jaar organiseren. Als je naar de SOOP kijkt, of naar Stadsdorp en dergelijke… Die gaan ook allemaal concertjes doen en aanverwante activiteiten.’

Je gaat straks veel tijd overhouden. Nooit meer de vraag of de boeken wel zijn geregeld, of de nieuwsbrief is gestuurd, het restaurantje geregeld. Hoe moet dat verder met je leven?

‘Nu ben ik bezig met een kunstproject in het Oosterpark. Voor een oudere dame, ook lid van de vereniging, die een beeld wil schenken. Maar ik moet daar nog niet te veel over zeggen. Stilzitten kan ik niet. Mijn familie woont ver, daar kan ik nu heen.’ Lachend: ‘En dit weekeinde ga ik zowaar een keer golfen met een vriendin, dat kwam er ook nooit van.’

Blijf je komen naar activiteiten als je straks niet meer in het bestuur zit?

‘Ja, zeker. Ik vind het heel leuk om mensen te ontmoeten. En inmiddels woon ik hier al zo lang dat je veel mensen kent. Het lijkt me heerlijk om evenementen te bezoeken en dan verder niets te hoeven.’