Huizen van de Plantage | aflevering 2

Illustratie: Joan Blaisse
Plantage Middenlaan 10 en 12 zijn als een eenheid ontworpen. De witgesausde huizen behoren tot de vroegste voorbeelden van de architectonische stijl die in de beginperiode van de bebouwing van de Plantage dominant was: het neo-classicisme. Opdrachtgever was August Eliza Tromp, hoofdingenieur bij de Marine, de panden zijn omstreeks 1868 gebouwd. De architect is niet bekend. Op dit stukje van de Middenlaan verrezen in die periode ook de iets hoger uitgevallen dubbelpanden, de nummers 6 en 8.
De gevels zijn witgepleisterd, wat in Nederland vanaf midden negentiende eeuw veel werd toegepast. Met name langs de stadsranden, waar de bolwerken waren geslecht en parkachtige omgevingen ontstonden, vond men witte huizen mooi samengaan met de groene omgeving. Ook in de Plantage vond deze stijl, ook wel neerbuigend de 'stucadoorstijl' genoemd, navolging. De pleistermode was komen overwaaien uit Engeland, waar witte gevels eind achttiende eeuw in zwang kwamen. De neo-classicistische bouwstijl wordt gekenmerkt door symmetrie, een horizontale indeling, meestal over meerdere panden een rechte kroonlijst en weinig prominente details.
Andere voorbeelden zijn de door architect G.W. Breuker ontworpen huizen aan de Plantage Parklaan 10-20 met paleisachtige front en met ‘zijvleugels’ aan de Henri Polaklaan 2-6 en Plantage Middenlaan 1-5, vergelijkbaar met de serie woningen die hij in Haarlem aan het Kenaupark had gebouwd. Van architect Jean Servais vinden we meerdere panden in deze stijl aan de Plantage Muidergracht en Plantage Westermanlaan. Pleisteren werd ook toegepast uit zuinigheid, als geld ontbrak om gevels in kostbaar hardsteen op te trekken. Om die reden had bijvoorbeeld architect G.B. Salm bij Plantage Middenlaan 23-25 zijn toevlucht moeten nemen tot witpleisteren.
Bewoners nr. 12
De eerste bewoner van nr. 12 en misschien ook van nr. 10 was bovengenoemde ingenieur Tromp. In 1874 nam Willem Hovy (1840-1915) met zijn vrouw Pauline Tutein Nolthenius (1845-1905) en destijds vier jonge kinderen er zijn intrek. Hovy was directeur van Van Vollenhoven’s bierbrouwerij De Gekroonde Valk, en was als vriend van Abraham Kuyper nauw betrokken bij de oprichting en financiering van de Vrije Universiteit (1880). Nadat nog eens drie kinderen waren geboren, verhuisde het gezin in 1878 naar de Nieuwe Herengracht 143. Uiteindelijk kwamen er 17 kinderen ter wereld, waarvan er vijf jong zijn overleden.
Na Hovy vestigde zich er de uit Amersfoort afkomstige grossier in koloniale waren Wolf Visser (1836-1907) met zijn vrouw en zuster. De firma adverteerde met ‘In honing, suiker en siroop’, en bleef bijna 40 jaar op dit adres actief. Van 1908 tot 1921 zetelde er de firma J.K. Smit en Zonen, handelaars in diamanten voor industriële doeleinden, maar blijkens de vele advertenties in de pers ook in huizen.
Van 1922 tot 1934 was hier het legendarische ‘Huize Cats’ gevestigd, een begrip voor Joods Amsterdam. De uit Gouda afkomstige kok en banketbakker (‘cuisinier’) Henri Jacob Cats (1884-1942) begon hier samen met zijn vrouw Anna Norden (1885-1943) zijn feestlocatie annex restaurant waar koosjer (ORT, onder rabbinaal toezicht) gegeten kon worden. Buurtgenoten dronken er een ‘Catsie’, een soort likeurtje. Nadat hij zijn zaak in 1926 met nr. 10 uitbreidde, werd het een Joods-culturele hotspot, als locatie voor de Joodsche Vrouwenraad, de Alliance Israëlite Universelle (ter bevordering van politieke en maatschappelijke emancipatie van Joden), talloze huwelijksfeesten, zang- en toneeluitvoeringen en danslessen.
Eind 1934 viel het doek voor Huize Cats. De eigenaren verhuisden naar Nieuwe Herengracht 31, waar ze op bescheiden schaal het restaurant en pension voortzetten, terwijl het feestgebouw tot 1938 op Middenlaan 12 bleef bestaan. Cats en zijn vrouw werden in Auschwitz omgebracht.
Na de oorlog had mode-, culinair en reclamefotograaf Wim Baggelaar er zijn woning en atelier. Tegenwoordig zijn de bovenverdiepingen als woning in gebruik, beneden zit sinds kort uitgever Amphora Books.
Bewoners nr. 10
De eerste bewoners volgden elkaar in hoog tempo op. Van hen was architect A.L. van Gendt, die er na 1895 woonde, de bekendste. Vanaf 1905 zetelde hier de firma Polak & Schwarz, de in 1889 opgerichte, wereldwijd opererende geur- en smaakstoffenfabriek. Eigenaar-directeur Joseph Schwarz koos er zijn domicilie. Toen hij in 1925 verhuisde, trok Huize Cats nr. 10 erbij.
Vanaf de tweede helft van de jaren dertig tot ver na de oorlog was het pand in gebruik als confectiefabriek bij achtereenvolgens de firma’s Van Kollem en Hoogendijk. Daarna werd de benedenverdieping gebruikt door de Victory Outreach Church van nr. 8. Tegenwoordig heeft het pand een woonfunctie, met beneden het advocatenbureau Vink, Veldman & Swier.
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
