Huizen van de Plantage | aflevering 1

De bebouwing van de Plantage kwam pas tussen 1860 en 1900 tot stand. Toen besloot het Amsterdamse stadsbestuur de Plantagegronden die voornamelij k als tuinen werden gebruikt te verkopen. De huurders van de percelen kregen als eerste het recht van koop maar ook projectontwikkelaars sloegen hun slag. De Plantage is daarmee de jongste buurt van Amsterdam Centrum. Meer dan negentig architecten lieten hier hun sporen na. Kunsthistorica Ester Wouthuysen, die verschillende boeken over de gebouwen en bewoners van de Plantagebuurt schreef en een groot kenner van de buurt geschiedenis is, wilde voor het Bulletin graag een serie over de woonhuizen in onze buurt maken, met aandacht voor architectuur en bewoners. De illustraties zij n van Joanna Blaisse. In deze eerste afl evering van Huizen van de Plantage vertelt ze de geschiedenis van Henri Polaklaan 14, voorheen Plantage Franschelaan 14, ontworpen door een architect die veel sporen in de Plantagebuurt achterliet. 

Op 14 juli 1877 legde de reder Pieter Goedkoop (1823-1882) samen met zij n zevenjarig neefj e Pieter van Leeuwen Boomkamp de eerste steen van het opvallende huis met halfronde erker aan de voormalige Plantage Franschelaan 14. Die steen bevindt zich, niet zichtbaar voor de voorbij ganger, aan de achterzij de van het huis. Ruim een jaar later namen Goedkoop en zij n vrouw Dorothea Wij sman er hun intrek. Goedkoop had in 1842 samen met zij n oudere broer Daniel het in de achttiende eeuw opgerichte Amsterdams familiebedrij f Goedkoop overgenomen. De gebroeders breidden hun werkterrein uit met een beurtvaartdienst van door paarden getrokken jaagschuiten, die in 1866 door stoomboten werden vervangen. Later kwamen daar nog sleepdiensten, bergingswerk en ij sbrekers bij . De fi rma ging in 1922 in andere handen over en werd uiteindelij k pas in 1999 opgeheven. De opvallende, niet vrij staande villa van de bekende architect Dolf van Gendt heeft een rij ke geschiedenis. Daarnaast speelt het pand – en de Plantagebuurt als geheel – een belangrij ke rol in de roman Studio Voorland uit 1990. Schrij ver Martin Schouten situeert hier de woning en het fotoatelier van de fi ctieve fotograaf Voorland, die in de oorlog is verdwenen en naar wie zij n zoon op zoek gaat.

Bladguirlandes
Pieter Goedkoop had voor de bouw van zij n woning zij n oog laten vallen op architect Adolf Leonard (Dolf) van Gendt (1835- 1901), mogelij k door hun gedeelde belangstelling voor techniek en industriële ontwikkeling. Van Gendt was toen nog niet zo bekend als hij later zou worden met het Concertgebouw dat in 1888 werd geopend. Vóór de opdracht van Goedkoop had hij als ingenieur-architect voor verschillende spoorwegmaatschappij - en spoorlij nen aangelegd en meerdere stations gebouwd. Nadat hij zich in 1874 als zelfstandig architect had gevestigd, werd hij een gezocht ontwerper voor vermogende Amsterdammers voor villa’s in Baarn, dat via een nieuwe spoorlij n met Amsterdam was verbonden. De villa Goedkoop bestaat uit drie bouwlagen en een kap. De onderste is opgetrokken uit blokken natuursteen. Op de eerste verdieping bevinden zich de voornaamste en hoogste kamers, terwij l de bovenste etage weer bescheidener is. Van Gendt ontwierp het huis in classicistische stij l met klassieke elementen zoals de vier zuilen met Ionische kapitelen in de halfronde uitbouw en het driehoekig fronton boven de balkondeuren. Hij veroorloofde zich versieringen in de vorm van bladguirlandes: van natuursteen aan weerszij den van de deur, van cement onder de raamkozij nen en van gietij zer in de balus- Huizen van de Plantage:

Schaakgenootschap
Het echtpaar Goedkoop heeft maar kort plezier van het huis kunnen hebben: Pieter overleed eind 1882 en niet lang daarna verhuisde zijn weduwe naar elders. J.E. Veltman, commissionair in effecten, woonde er tot 1909, waarna het pand in andere handen overging. Vanaf 1918 vestigden zich er verenigingen, zoals de Mizrachistische Studie-vereeniging ‘Our Chodosj’. In de latere jaren ‘30 vonden ook de Joodse vereniging Zichron Jaakov en de Sociëteit ‘De Schakel’ er een ruimte. De langstzittenden waren de Vereeniging Samenwerking, gericht op volksontwikkeling met een bibliotheek en cursussen op het gebied van cultuur, sport en opvoeding, de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen (Afd. Jeugdleiders Instituut), het Amsterdamsch Museum voor Jeugd Arbeid en de Nederlandsche Jeugdherberg Centrale. Vanaf 1937 tot ver na de oorlog was er het Amsterdamsch Schaakhuis en het clublokaal van het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap gevestigd en van 1945 tot 1987 de Nederlandse Jeugd Gemeenschap (NJG) en haar opvolger de Nederlandse Federatie Jeugd- en Jongerenwerk (NFJJ). Het pand heeft daarnaast steeds een woonfunctie gehouden, ook toen er onder meer van 1988 tot 1996 het populaire BulkBoek werd uitgegeven